Het groothertogdom Luxemburg is een van de kleinste landen van Europa. Het heeft een oppervlakte van 2.586 km2 en is daarmee ongeveer even groot als de provincie Drenthe. Het ligt tussen België, Frankrijk en Duitsland. Het noordelijke deel heet Ösling en behoort tot de luxemburgse Ardennen. Het is een bosrijk plateaulandschap met enkele diep uitgesleten rivierdalen en een rotsachtige bodem. Het midden van het land heet Gutland dat "goed land" betekent. Dit gebied heeft een golvend landschap en de bodem is van leem en mergel, uitstekend geschikt als landbouwgebied. Het noorden heeft een gemiddelde hoogte van 400 tot 500 meter met als hoogste punt de Buurgplaatz (560 meter). Het midden en zuiden is ook een hoogvlakte, maar met een gemiddelde hoogte van ongeveer 270 meter.
Klimaat
Luxemburg heeft over het algemeen een gematigd zeeklimaat. Doordat Luxemburg de matigende invloed van de zee ondervindt, heeft het klimaat weinig pieken en dalen. Het klimaat van de Ösling lijkt op dat van de Ardennen, koele winters en zachte zomers. Het midden en het zuiden hebben een iets warmer klimaat. De gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag bedraagt 740 mm. De maanden juli en augustus zijn het warmst terwijl de maanden mei en juni de meest zonnige maanden zijn.
Planten en dieren
De Ösling en Gutland zijn van nature grotendeels begroeid met beuken. De beukenbossen zijn echter grotendeels door aanplant vervangen. Op mergelbodems bestaat het natuurlijke bos uit eiken en haagbeuken. Verder zijn de grove den en de fijnspar aangeplant. In de bossen leven herten, reeën en wilde zwijnen. Ook de moeflon en de wasbeer komen voor. Van de vogels is het aantal water- en moerasvogels beperkt vanwege de geringe oppervlakte van de geschikte natuurlijke omstandigheden. Alleen de wilde eend, winter- en zomertaling, kievit en blauwe reiger komen regelmatig voor. Alle vissoorten in snelstromend water, zoals beekforel, vlagzalm, barbeel en neusvis komen voor, evenals enkele soorten van traag stromende wateren als snoek, brasem, rietvoorn en karper.
Geschiedenis
In 963 besloot graaf Siegfried van de Ardennen, die als stichter van het graafschap Luxemburg wordt beschouwd, een kasteel te bouwen op een rots langs de weg Reims-Trier. "Lucilinburhuc" werd de naam van deze vesting. Rondom dit kasteel ontstond al vrij snel een nederzetting en kwam een eerste handels- en ambachtencentrum tot stand, de huidige hoofdstad Luxemburg. In 1354 werd Luxemburg door de Duitse keizer Karel IV tot hertogdom verheven en werd een onderdeel van het Duitse Keizerrijk. In 1443 veroverden de Bourgondiërs Luxemburg en daarna werd de stad en het omliggende gebied bezet door Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers en Pruisen. Het resulteerde in 20 belegeringen in 400 jaar en tot overmaat van ramp werd Luxemburg-stad in 1554 ook nog eens een keer praktisch totaal verwoest door een ontploffing in een munitie-opslagplaats. Uiteindelijk lukte het Napoleon I in 1795 om Luxemburg te veroveren. Het hertogdom werd een provincie van Frankrijk en kreeg de naam Département de Fôrets (Departement van de Wouden). 1815 is een belangrijk jaar in de Luxemburgse geschiedenis. Napoleon wordt overwonnen en het latere België wordt bij de Nederlanden gevoegd. Luxemburg wordt een groothertogdom en toegewezen aan koning Willem I van Nederland en bestuurd als een Nederlandse provincie (Congres van Wenen). In 1830 besluiten de grote mogendheden om het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg te verdelen: het westelijke Franstalige gedeelte komt bij België, het oostelijke en Luxemburgs sprekende gedeelte blijft onafhankelijk. Bij het Verdrag van Londen (1839) werd deze scheiding officieel en werd Luxemburg als een soeverein en zelfstandig groothertogdom erkent. In 1866 probeerden de Franse keizer Napoleon III Luxemburg aan Frankrijk toe te voegen, zeer tegen de zin van Pruisen die met een oorlog dreigde. De zogenaamde "Luxemburgse kwestie" werd in 1867 in Londen uitgepraat door de betrokken landen en Luxemburg werd onafhankelijkheid gegarandeerd en "voor altijd neutraal" verklaard. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd Luxemburg bezet door de Duitsers. Het Groothertogdom werd in sept. 1944 bevrijd, maar leed grote schade tijdens het Ardennenoffensief. Na de Tweede Wereldoorlog wist Luxemburg zich op economisch gebied snel te herstellen en begon een belangrijke rol te spelen in de Europese handel en politiek. Luxemburg werd lid van grote organisaties zoals de Verenigde Naties, de Benelux, de NAVO en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de voorloper van de huidige Europese Unie. In jan. 1995 aanvaardde premier Santer de functie van voorzitter van de Europese Commissie.
Economie en Toerisme
In de loop van de geschiedenis ontwikkelde Luxemburg zich van een agrarisch gebied tot een van de modernste en rijkste landen van Europa. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is met $32.700 een van de hoogste ter wereld. Het bruto nationaal product bestaat voor 1% uit de landbouw, voor 22% uit industrie (inclusief de bouwnijverheid) en voor 77% uit diensten en de overheid (1999). Door de financiële sector is Luxemburg sinds de jaren zeventig een van de leidende financiële centra in de wereld. 70% van de actieve bevolking is werkzaam in de dienstensector, 28% in de industrie en 3% in de landbouw. Ca. 40% van de werknemers is buitenlander, de meeste komen dagelijks de grens over.
Landbouw
Het aantal landbouwbedrijven is sinds 1950 gedaald met ongeveer 60%. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte van de boerenbedrijven is gestegen en bedroeg in 1995 46 ha. Veeteelt (koeien en varkens) is de belangrijkste vorm van landbouw. De productie van kaas en melk is sterk gestegen en overtreft de binnenlandse behoefte. In het noorden van het land worden vooral voedergranen, gerst en aardappelen geproduceerd. In het zuiden zijn tarwe en fruit belangrijke landbouwproducten. Een andere belangrijke agrarische sector is de druiventeelt in de vallei van de Moezel. De hier gelegen wijngaarden leveren uitstekende witte wijnen op. Meestal wordt de helft of meer van de wijnproductie geëxporteerd. Ongeveer 34% van de oppervlakte van het land is met bos bedekt.
Mijnbouw en energie
De uit de 17de eeuw daterende ontginning van ijzererts in het uiterste zuiden is vanaf 1950 sterk teruggelopen wegens het afnemend ijzergehalte, het hoge fosforgehalte en de zwakke concurrentiepositie ten opzichte van rijkere ertslagen in andere landen. De productie stopte in 1981 en momenteel wordt ijzererts geïmporteerd. Er zijn nog enkele steengroeven. Voor zijn energievoorziening is het Groothertogdom voor 95% van het buitenland afhankelijk. De eigen elektriciteitsproductie (waterkracht) voorziet in de resterende 5% van het binnenlandse energieverbruik.
Industrie
Aan de ijzer- en staalindustrie in het zuidwesten van Gutland dankt het land grotendeels zijn bestaansmogelijkheden. Wel werd begin jaren zeventig onder invloed van de algemene malaise in de Europese industrie de behoefte aan staal en ijzer minder. Daardoor is de staalproductie sinds de tweede helft van de jaren zeventig sterk teruggelopen: 2,6 miljoen ton in 1995, tegen 6,5 miljoen ton in 1974. Andere industriële ondernemingen zijn: kunststof- en chemische industrie, farmaceutische- en metaalverwerkende industrie. Er zijn enkele multinationals in Luxemburg gevestigd, zoals Goodyear, Du Pont en General Motors, die samen ruim 25% van de totale industriële productie van de uitvoer van het land voor hun rekening nemen.
Handel
Sinds 1921 vormt Luxemburg een monetaire en economische unie met België, de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, BLEU. Deze Unie heeft wel veel aan betekenis ingeboet na de oprichting van de Benelux en de Europese Unie. Vrijwel de gehele handel vindt plaats met andere EU-landen, waarbij Duitsland en België de belangrijkste partners zijn. Ingevoerd worden vooral afgewerkte producten, ertsen en steenkool. De uitvoer bestaat voor iets meer dan een derde uit staalproducten. De rubber- en plasticindustrie nemen 14% van de totale uitvoer voor hun rekening.
Verkeer
In het goederenverkeer spelen de (staats)spoorwegen (270 km) een grote rol. Het wegennet is 5.220 km lang. Voor het goederenvervoer over het water is de haven van Mertert aan de gekanaliseerde Moezel belangrijk. Het internationale luchtverkeer gaat via de luchthaven Luxemburg-Findel.
Toerisme
Het toerisme is erg belangrijk voor de economie van Luxemburg. De grootste toeristische trekpleister is het gebied ten oosten van de Sauer aan de grens met Duitsland, het zgn. Klein Zwitserland. Kenmerkend zijn de rotsen met kloven en de bijzondere plantengroei. Andere bezienswaardigheden op natuurgebied zijn de prachtige valleien van o.a. de Moezel. De toeristisch interessante steden zijn, behalve de hoofdstad Luxemburg o.a. Clervaux, Echternach, Vianden, Beaufort en Larochette. Een bekende badplaats is Mondorf-les-Bains. Uit de middeleeuwen zijn enkele burchten en ruïnes bewaard gebleven, o.a. die van Beaufort, Bourscheid, Clervaux, Larochette en Vianden. De belangrijkste musea zijn de Musées de l'État (archeologische, natuurhistorische, historische, kunst- en volkskundige afdelingen) en het Musée Pescatore (17de- tot 19de-eeuwse Belgische, Franse en Hollandse schilderkunst) in de stad Luxemburg. Verder zijn er het Maison Victor Hugo en een volkskundig museum te Vianden, een wijnbouwmuseum en een aantal oorlogs- en streekmusea.
|
|